Recht van overpad

26.04.18 | Gautier Beaujean | Goederenrecht
Een privaat recht van doorgang, dat dus een specifieke persoon en niet het publiek in het algemeen ten goede komt, kan conventioneel zijn of voortvloeien uit een vonnis tot ontsluiting van een terrein. Een stuk grond kan worden ontsloten met instemming van de buur. In dat geval gaat het om een conventionele erfdienstbaarheid van doorgang. Voor het instellen van een conventionele erfdienstbaarheid van doorgang hoeft het terrein niet ingesloten te zijn. Indien de buur weigert ermee in te stemmen, kan de eigenaar van het ingesloten terrein zich tot de rechter richten voor de ontsluiting ervan, die hij kan verkrijgen in ruil voor een vergoeding van de eigenaar. In dat geval gaat het om een wettelijke erfdienstbaarheid van doorgang. Het is voor de eigenaar die de doorgang ondergaat (de eigenaar van het lijdend erf genoemd) veel voordeliger om een doorgang uit een wettelijke erfdienstbaarheid te ondergaan dan een conventionele erfdienstbaarheid. Enerzijds ontvangt de eigenaar van het lijdend erf een vergoeding (wat mogelijk niet het geval zou zijn geweest in het kader van een conventionele erfdienstbaarheid). Indien de grond anderzijds wordt ontsloten (door de aanleg van een nieuwe weg bijvoorbeeld) kan de eigenaar van het lijdend erf, het einde van de wettelijke erfdienstbaarheid verkrijgen, wat niet het geval is bij een conventionele erfdienstbaarheid. In dat laatste geval dient men niet alleen de ontsluiting aan te tonen, maar ook dat de erfdienstbaarheid niet alle nut heeft verloren. Indien de nieuwe weg die het terrein ‘ontsluit’ bijvoorbeeld moeilijker begaanbaar is, zal de rechter weigeren een einde te maken aan de conventionele erfdienstbaarheid, terwijl hij dat wel zal doen indien het een wettelijke erfdienstbaarheid betreft. Een vonnis van de vrederechter van Houffalize, dat in beroep werd bevestigd door de rechtbank van eerste aanleg van Marche-en-Famenne, paste die principes toe. In de betreffende zaak had de heer V. een chalet aangekocht dat een conventionele erfdienstbaarheid van doorgang had over het terrein van mevrouw D. Dat conventionele recht van doorgang was toegekend omdat het chalet aanvankelijk niet op een andere manier toegankelijk was. Het perceel was bebost en veel te steil. De heer V. ontboste zijn perceel echter om een nieuw chalet te bouwen en slaagde erin een nieuwe toegangsweg aan te leggen. Die is echter veel steiler en bochtiger. Mevrouw D. diende een aanvraag in tot afschaffing van de erfdienstbaarheid op haar grond. Ze was van mening dat, aangezien de heer V. over een nieuwe toegang tot de openbare weg via zijn eigen grond beschikte, de doorgang die ze op haar eigendom onderging, moest ophouden. De vrederechter van Houffalize weigerde een eind te maken aan de erfdienstbaarheid, omdat het om een conventionele en niet een wettelijke erfdienstbaarheid gaat. Hij was van mening dat die haar nut niet volledig heeft verloren aangezien de doorgang die voortvloeit uit de conventionele erfdienstbaarheid beter begaanbaar is dan de nieuwe weg. Hij verwierp het verzoek van mevrouw D. en veroordeelde haar tot de procedurekosten.

Bouwdatum van een onroerend goed

09.01.18 | Gautier Beaujean | Overtreding Stedenbouw
Hoe kan men de bouwdatum van een onroerend goed aantonen? In het stedenbouwkundig recht heeft de bouwdatum van een onroerend goed belangrijke juridische gevolgen. Die datum maakt het immers mogelijk om te bepalen welk recht van toepassing is bij de aanvraag van een regularisatievergunning. Volgens het strafrechtelijk recht dient immers de wet te worden toegepast die het gunstigst is voor de overtreder. Bij stedenbouw is dat vaak de wet die van toepassing was op het moment van de bouw, aangezien men vaststelt dat het stedenbouwkundig recht in de loop der tijd steeds meer beperkingen heeft opgelegd aan het eigendomsrecht. Het moment waarop een onroerend goed werd gebouwd, geeft tevens aan of het in aanmerking komt voor de amnestieregeling voor overtredingen. Het moment van de bouw doet bovendien de tienjarige periode ingaan die wordt vereist voor de verjaring van bepaalde stedenbouwkundige overtredingen. De bouwdatum van een goed is een feitelijke kwestie die aan de hand van elk rechtsmiddel kan worden aangetoond. De overheid beschikt over een discretionaire beoordelingsbevoegdheid bij het onderzoek van de elementen die haar worden voorgelegd. Toch worden bepaalde bewijselementen systematisch aanvaard door de administratieve overheid: - de kadastrale informatie: het kadaster is een fiscaal instrument dat geen enkele juridische implicatie heeft op het vlak van stedenbouw. Toch wordt de door de administratie van het kadaster erkende bouwdatum van een onroerend goed systematisch aanvaard door de overheid. - oude luchtfoto’s: het Nationaal Geografisch Instituut beschikt over luchtfoto’s vanaf de jaren 1950 tot op vandaag. Op de website van het Waals Gewest ‘walonmap’ vindt men tevens luchtfoto’s vanaf 1971 tot op heden. Andere bewijselementen zijn minder doorslaggevend: - getuigenissen: getuigenissen van buurtbewoners worden soms aanvaard; - attesten van experts: indien die een approximatieve bouwdatum vermelden op basis van de gebruikte bouwelementen, kunnen ze ook worden aanvaard.

Amnestie voor stedenbouwkundige overtredingen

22.11.17 | Gautier Beaujean | Stedenbouw
2Op 16 november 2017 keurde het Waals Parlement een decreet goed tot invoeging van een artikel D.VII.1bis tot instelling van een vermoeden van stedenbouwkundige conformiteit voor bepaalde overtredingen. Het decreet bepaalt dat de handelingen en werken die werden opgericht of uitgevoerd voor 1 maart 1998 onweerlegbaar geacht worden conform te zijn met het recht van ruimtelijke ordening en stedenbouw. De datum van 1 maart 1998 stemt overeen met de datum van de inwerkingtreding van het decreet van 27 november 1997 tot wijziging van het Waals Wetboek van ruimtelijke ordening, stedenbouw en patrimonium, die voorafgaand aan de hervorming houdende invoering van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke ontwikkeling, de belangrijkste wijziging was. Dat vermoeden is niet van toepassing: 1° op de handelingen en werken die niet conform zijn met de bestemming van het gebied van het gewestplan waarop ze zich bevinden, behalve indien ze in aanmerking komen voor een afwijkende regeling op basis van hetzij de regelgeving die van kracht was op het moment van de uitvoering van de betreffende handelingen en werken, hetzij een latere regelgeving, die van kracht werd voor 1 maart 1998; 2° op de handelingen en werken die erop gericht zijn een of meerdere woningen te creëren na 20 augustus 1994; 3° op de handelingen en werken die werden uitgevoerd op een site die wordt erkend door of krachtens de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud; 4° op de handelingen en werken die werden uitgevoerd op een onroerend goed dat onder een maatregel tot bescherming van het erfgoed valt; 5° op de handelingen en werken die het voorwerp kunnen uitmaken van een beschuldiging overeenkomstig een andere administratieve politie; 6° op de handelingen en werken die het voorwerp hebben uitgemaakt van een proces-verbaal tot vaststelling van een inbreuk of een rechterlijke beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan, waarin de non-conformiteit wordt vastgesteld van de handelingen en werken met de regels van het recht van ruimtelijke ordening en stedenbouw, voorafgaand aan de inwerkingtreding van onderhavig wetboek”. Het decreet is nog niet gepubliceerd en dus nog niet in werking getreden.

Beperkte verjaring voor stedenbouwkundige overtredingen

12.10.17 | Gautier Beaujean | Stedenbouw
Volgens het Waalse recht waren stedenbouwkundige overtredingen zoals de bouw van een chalet zonder stedenbouwkundige vergunning, onverjaarbaar, aangezien het in stand houden van de overtreding op zich reeds een overtreding inhield. Indien iemand te goeder trouw een onroerend goed aankocht, bezwaard met een stedenbouwkundige overtreding, beging hij dus zelf een overtreding, ook al had hij de onregelmatige handeling dus niet zelf gesteld. Het gebeurde dan ook regelmatig dat een koper die te goeder trouw was, door het openbaar ministerie en de administratie voor het gerecht werd gedaagd en werd veroordeeld tot het afbreken van het onregelmatige onroerend goed. De nieuwe Code du développement territorial (hierna ‘CoDT’) die op 1 juni 2017 in werking trad, brengt verandering in die situatie en voert de tienjarige verjaring in voor stedenbouwkundige overtredingen. De toepassingsvoorwaarden zijn echter bijzonder streng. Het goed moet zich in de eerste plaats bevinden in een zone bestemd voor bebouwing. Alle illegale gebouwen in bos- of landbouwgebied vallen bijgevolg niet onder de nieuwe regeling. Indien u dus zonder vergunning een chalet in een bosgebied hebt opgetrokken, valt u niet onder de nieuwe regeling. De in overtreding zijnde handelingen en werken moeten ook overeenstemmen met de gewestelijke leidraad. Die bevat regels met betrekking tot de toegang tot de gebouwen voor personen met beperkte mobiliteit of de akoestische kwaliteit van gebouwen in de buurt van luchthavens. De verjaring houdt slechts verband met bepaalde werken. Het gaat om de volgende gevallen: a) in geval van niet-naleving van de afgegeven stedenbouwkundige vergunning of bebouwingsvergunning, is de omvang van de verschillen kleiner dan twintig procent : i) van de vergunde grondinneming; ii) van de vergunde goot- en nokhoogten; iii) van de vergunde diepte; iv) van de vergunde volumetrie; v) van de vergunde vloeroppervlakte; vi) van de vestigingspiegels van de bouwwerken; vii) van de minimale of maximale afmeting van het perceel; b) in geval van aanbouw van een luifel als uitbreiding van een vergunde landbouwloods voor zover : i) de nokhoogte van de luifel kleiner is dan de goothoogte van de loods; ii) de loods een dergelijke luifel op één enkele van zijn opgaande muren heeft; iii) de luifel een maximale diepte van zeven meter heeft, gemeten vanaf de opgaande muur van de loods; c) in geval van niet-naleving van de toegelaten openingen; d) in geval van niet-naleving van de bij de stedenbouwkundige vergunningen vergunde kleurschakering.

Is bivakkeren toegestaan in de Ardennen?

26.08.17 | Gautier Beaujean | Milieu Toerism
Heel wat natuurliefhebbers doen regelmatig aan wildkamperen. De juridische regeling van die activiteit verschilt, afhankelijk of ze in dan wel buiten het bos plaatsvindt. Bivakkeren in het bos Artikel 19 van het Boswetboek stelt: “Onverminderd artikel 27 is het tijdelijk verblijf verboden buiten de daartoe voorziene gebieden.” Het tijdelijk verblijf is het “verblijf tijdens een periode van minder dan 48 uur, uitgezonderd het verblijf in een caravan of motorhome” (art. 3, 23° van het Boswetboek). Bivakkeren is in principe dus verboden in het bos. De wet voorziet echter in twee uitzonderingen. Enerzijds de “deelnemers aan jeugdactiviteiten, ingericht door ofwel jeugdbewegingen ofwel verenigingen die activiteiten verzorgen voor jongeren, en de deelnemers aan begeleide bewegingen met een pedagogisch of therapeutisch doel” (artikel 27). Anderzijds mag er wel worden gebivakkeerd in de “daartoe voorziene gebieden”. a. Jeugdbewegingen, bewegingen met een pedagogisch of therapeutisch doel Artikel 14 van het Besluit van de Waalse Regering betreffende de inwerkingtreding en de uitvoering van het decreet van 15 juli 2008 betreffende het Boswetboek stelt: “Elke beweging of vereniging die van de bepalingen bedoeld in artikel 27 van het Boswetboek wilt genieten, moet aan de betrokken houtvester haar voornemen meedelen om toegang te krijgen tot één of meerdere afgebakende zones minstens 15 dagen vóór het begin van de activiteit. De bewegingen of verenigingen van de gemeente of van de naburige gemeenten kunnen hun kennisgeving voor een jaar indienen.” De gegevens van de houtvesters zijn beschikbaar via de volgende link: http://environnement.wallonie.be/dnf/servext/adsednf.htm b. De daartoe voorziene gebieden Die zones worden aangegeven door middel van de volgende ‘bebakening’: Op de website www.bivakzone.be kunnen de kaarten en de gegevens van de verschillende zones voor ‘tijdelijk verblijf’ worden geraadpleegd. Op die locaties mag iedereen dus minder dan 48 uur verblijven, zonder enige vergunning. De algemene gedragsregels die ook gelden in bossen (eerbiediging van de rust, enz.) moeten uiteraard worden gerespecteerd. Buiten het bos Op privéterrein is wildkamperen, behalve aan de toestemming van de eigenaar van het terrein, ook onderworpen aan een caravanvergunning, indien het gaat om een terrein waarop gewoonlijk of bij gelegenheid wordt gekampeerd en een caravan wordt geplaatst door meer dan 10 personen tegelijk, of waarop meer dan 3 verblijven staan. Een verblijf is een tent, wegencaravan, caravan van residentieel type zonder woonlaag, motorhome of gelijk welk ander soortgelijk verblijf, die niet ontworpen zijn om als vaste woning te dienen. Er wordt echter geen caravanvergunning vereist indien gedurende maximum 60 dagen per jaar wordt gekampeerd door groepen die lid zijn van een door de Franse Gemeenschap, de Vlaamse Gemeenschap of de Duitstalige Gemeenschap, of nog door de bevoegde overheid van elke lidstaat van de Europese Unie erkende jeugdorganisatie en alleen tenten als kampeerverblijf gebruiken. Indien de verblijven langer dan 60 dagen ter plaatse blijven, is er bovendien ook een voorafgaande stedenbouwkundige vergunning vereist. 3. Toegestaan op de openbare weg Luidens artikel 43 van het besluit dd. 4 septembre 1991 van de executieve van de Franse Gemeenschap betreffende de camping-caravaning, is het beofenen van de camping caraving toegestaan op de openbare weg gedurende minder dan 24 uur. Een tent kan dus geplaatst worden op een berm. Voor bepaalde gemeente is echter een specieke toestemming vereist.

Nieuwe woning in bestaand bouwwerk

26.08.17 | Gautier Beaujean | Stedenbouw
Heeft men een stedenbouwkundige vergunning nodig om een of meerdere nieuwe woningen in te richten in een bestaande woning in het Waals Gewest? Ingevolge artikel 84, §1, 6°, van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium (WWROSP of CWATUPE in het Frans) heeft men een stedenbouwkundige vergunning nodig om “een nieuwe woning in een bestaand bouwwerk in te richten”. Het toekomstige ‘Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling’ (of CODT in het Frans) behoudt die verplichting in zijn artikel D.IV.4, al. 1, 6°. Alinea 2 van voorgemeld wetboek verduidelijkt bovendien dat de nieuwe woning bestaat uit een nieuw geheel, samengesteld uit een of meerdere ruimtes, die ten minste aan de basisfuncties van een woning beantwoorden, namelijk keuken, badkamer, toilet, kamer die wordt gebruikt als gewone verblijfplaats of studentenkamer en volledig of deels wordt voorbehouden voor het privé- en exclusieve gebruik van een of meerdere personen die samenwonen. Indien de bewoner één enkele kamer als studentenkamer wil inrichten, is daarvoor dus geen vergunning vereist. Vóór 1994 werd er echter geen stedenbouwkundige vergunning vereist om een of meerdere nieuwe woningen in te richten in een bestaande woning, op voorwaarde dat die verbouwing geen schade toebracht aan de dragende structuren en het opgebouwde volume niet wijzigde. Voorafgaand aan de inwerkingtreding van het decreet van 14 juli 1994 luidde artikel 192 van het WWROSP, waarin de handelingen en werken werden opgelijst die vrijgesteld zijn van een stedenbouwkundige vergunning,immersals volgt: “De verbouwingswerken binnen in het gebouw en de werken voor de geschiktmaking van de lokalen – met inbegrip van de overeenkomstige uitrusting met sanitaire, elektrische, verwarmings- of verluchtingsinstallaties, voor zover ze de draagstructuren van het gebouw niet veranderen en ze noch de wijziging van de bestemming van dit gebouw, noch de wijziging van het opgebouwde volume, noch de wijziging van het architectonische karakter vergen”. In het kader van de regularisatie van de indeling van een gebouw in een of meerdere woningen, dient men bijgevolg na te gaan of die woningen al dan niet werden ingericht voorafgaand aan de inwerkingtreding van het decreet van 14 juli 1994. Indien dat het geval is, wordt er in principe geen enkele stedenbouwkundige vergunning vereist indien de handelingen en werken die hebben geleid tot de inrichting van een nieuwe woning geen schade hebben toegebracht aan de dragende structuren van het gebouw, noch het opgebouwde volume wijzigen. In het andere geval dient er een regulariserende stedenbouwkundige vergunning te worden aangevraagd.

Rotsklimmen in de Ardennen

26.08.17 | Gautier Beaujean | Milieu
Sportactiviteiten in de openlucht zijn de afgelopen jaren steeds populairder geworden. Om de overlast voor het milieu te beperken, heeft het Waals Gewest het rotsklimmen aan een aantal voorafgaande vergunningen onderworpen. Behalve aan de toestemming van de eigenaar, is het inrichten van een rots om er klimactiviteiten te kunnen uitoefenen in het Waals Gewest onderworpen aan een globale vergunning, die de milieuvergunning en stedenbouwkundige vergunning omvat. De criteria voor het afgeven van die globale vergunning zijn dezelfde als voor de milieu- en de stedenbouwkundige vergunning. Het gaat uitsluitend om een administratieve vereenvoudiging: men hoeft niet langer twee dossiers in te dienen – één dossier volstaat. Indien de rots zich in een Natura 2000-zone of een beschermde site bevindt, is het systeem van de globale vergunning niet van toepassing en heeft men twee vergunningen nodig: een stedenbouwkundige vergunning en een milieuvergunning. Indien een van beide ontbreekt, mag de activiteit niet worden uitgeoefend. a. Milieuvergunning Luidens rubriek 92.61.17 van de bijlage I van het Besluit van 4 juli 2002 van de Waalse Regering tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten zijn de installaties of inrichtingen op een natuurlijke rotswand voor sport of recreatie, klasse 2-activiteiten. Klasse 2-activiteiten zijn onderworpen aan een milieuvergunning conform artikel 10 van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning. Rubriek 92.61.17. verduidelijkt dat het advies van het Département de la Nature et des Forêts (DNF) vereist is. Dat is doorslaggevend voor het verkrijgen van voorgemelde vergunning. Het DNF onderzoekt of het project significante gevolgen heeft voor Natura 2000. Indien dat het geval is, brengt het een negatief advies uit. Het dossier voor de vergunningsaanvraag moet in ieder geval één passende beoordeling voor Natura 2000 bevatten, opgesteld door een gespecialiseerd studiebureau. b. Stedenbouwkundige vergunning Om de stedenbouwkundige vergunning te kunnen afgeven, moet de overheid met name nagaan of de activiteit conform is met het plan van aanleg. De meeste rotsen bevinden zich in bosgebied, waar klimmen verboden is. Het WWROSP (of CWATUPE in het Frans) voorziet evenwel in de mogelijkheid om daarvan af te wijken, indien de aanvraag wordt ingediend door een overheid, of voor gemeenschaps- en openbare voorzieningen, namelijk activiteiten waar er geen sprake kan zijn van een determinerend winstoogmerk. Met het toekomstige Waalse Wetboek ( het zogenaamde CODT) dat binnenkort het huidige WWROSP vervangt, zal het beoefenen van de klimsport in bosgebied eenvoudiger worden. Het nieuwe artikel D. II.37, § 4 bepaalt immers: “Bosgebieden (…) kunnen uitzonderlijk, aan de rand van de bestanden, activiteiten voor het publiek voorzien om didactische doeleinden, van inleiding in het bos, observatie van het bos, of om recreatieve of toeristische doeleinden, met uitzondering van het verlenen van onderdak, voor zover de opbouw van de uitrustingen en bouwwerken hoofdzakelijk in hout worden uitgevoerd. (…) » c. Wat bij overtredingen De agenten van het DNF stellen milieuovertredingen vast in een proces-verbaal, dat wordt bezorgd aan de overtreder en het openbaar ministerie. Dat beschikt over een termijn van 60 dagen om te beslissen of de zaak al dan niet voor de correctionele rechtbank komt. Bij seponering wordt het dossier overgemaakt aan de bestraffend ambtenaar, die een administratieve boete kan opleggen. Voor dat gebeurt, dient de overtreder te worden gehoord. Tegen de beslissing om een administratieve boete op te leggen, kan nog beroep worden ingesteld voor de correctionele rechtbank, teneinde die nietig te laten verklaren.

Waalse normen vakantiehuizen aangescherpt

23.05.17 | Gautier Beaujean | Toerism
De Waalse regering gaat oneigelijke concurrentie bij verhuur van logies (vakantiehuizen, kamerverhuur, kamperen) aanpakken. Ook overlast veroorzaakt door grote onderkomens wordt aangepakt. Wettelijke regelgeving voor verhuur van logies en naleving van deze regelgeving wordt aangescherpt. Hoe zit het bij verhuur of beschikbaarstelling van toeristisch logies Volgens het Waals Toerismewetboek moet elke exploitant van een toeristisch logies een verklaring afleggen bij het Commissariaat-generaal voor Toerisme. Deze verklaring heeft betrekking op de naleving van bepaalde algemene voorwaarden. Wat is een “toeristisch logies” Een toeristisch logies is « het terrein of het gebouw etc. dat ter beschikking van één of meer toeristen wordt gesteld, ten bezwarende titel ook al is dit maar incidenteel ». Het betreft alle toeristische accommodaties, ongeacht hun vorm. Hôtels, kamers, huurwoningen, appartementen, camping, boot, yurt, boomhut, vakantiedorp, etc., of deze nu regelmatig of slechts incidenteel (eenmalig) worden verhuurd. Expliciet komt dat erop neer dat indien men logies, tegen betaling, verhuurt men onder de wettelijke regelgeving van “toeristisch logies” valt. Indien logies, tussen twee partijen, tijdelijk wordt geruild zonder dat daar enige vergoeding tegenover staat, behoeft men niet aan de wettelijke verplichtingen te worden voldaan. Eveneens is dat het geval indien het logies ter beschikking is en daarvoor door de gebruiker diensten, zoals klusjes, worden geleverd. Op die manier wordt de “CouchSurfing” uitgesloten van de nieuwe verplichtingen. Inhoud verklaring Commissariaat-generaal voor Toerisme Een aanbieder van logies dient een verklaring af te geven aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme dat hij voldoet aan alle wettelijke voorschriften. Deze wettelijke voorschriften zijn: 1. beschikken over een brandveiligheidsattest of, in voorkomend geval, over een vereenvoudigd controleattest, beide af te geven door de Burgemeester; 2. geen verblijfsduur van minder dan één nacht aanbiedt; 3. beschikken over een verzekering tot dekking van de burgerlijke aansprakelijkheid voor alle schade, berokkend door de exploitant of door elke persoon belast met de exploitatie van het toeristisch logies; 4. niet in België veroordeeld zijn voor bepaalde overtredingen. Bovendien moet elke “groot onderkomen” (een streekgebonden toeristisch logies of gemeubileerde vakantiewoning dat aan meer dan vijftien personen logies kan bieden) aan één van de twee volgende criteria voldoen: 1° zich bevinden in een woonkern op een afstand die de rust van de omwonenden garandeert; 2° de exploitant van het toeristische logies of de persoon belast met het dagelijkse beheer van het toeristische logies zorgt voor de aanwezigheid van een behoorlijk gemachtigde c.q. verantwoordelijke. Deze is voortdurend ter plaatse of woont in de onmiddellijke nabijheid. Deze gemachtigde zorgt voor de goede toepassing van het huurcontract, alsook voor de strikte naleving van de kalmte van de omwoners. De exploitant van het toeristische logies dient zich ervan te vergewissen dat de bewoners van het logies de omwonenden en hun normale rust respecteren. Modelformulieren Commissariaat-generaal voor Toerisme Het Commissariaat-generaal voor Toerisme heeft hiervoor model-formulier en deze dienen te zijn ingediend vóórdat men de exploitatie van een logies begint. Niet naleving levert een administratieve boete op.

Wetgeving outdoor activiteiten in Wallonië

24.02.16 | Gautier Beaujean | Milieu Stedenbouw
Er zijn verschillende wetgevingen die in relatie staan met outdoor-activiteiten en de daarbij behorende specifieke buitensport-activiteiten. Bedoeling van deze wetgevingen is om enerzijds ervoor te zorgen dat de veiligheid van de gebruikers wordt gegarandeerd en anderzijds dat de natuur door deze outdoor-activiteiten geen schade ondervindt. Outdoor ondernemers hebben met twee belangrijke facetten te maken waarop door de wetgever steeds nadrukkelijker wordt toegezien. Zo heeft de Waalse Minister van Milieu, Carlo di Antonio, zijn departement onlangs opdracht gegeven om na te gaan of de organisatoren van buitensport-activiteiten een vergunning hebben. Voorts of deze vergunninghouders hun activiteiten overeenkomstig de wet uitvoeren. Het is goed om de verschillende wetgevingen aan te stippen. Een outdoor- of buitensportbedrijf in Wallonië dient aan alle fiscale, sociale en economische verplichtingen te voldoen waaraan ieder ander bedrijf ook moet voldoen. Die federale materies zijn hier niet besproken. Voor outdoor-centra gelden ook nog specifieke wettelijke verplichtingen. Deze hebben dus tot doel de veiligheid van de gebruikers te waarborgen én de natuur te beschermen. De risicoanalyse Om aan te tonen dat een outdoor evenement (actief ontspanningsevenement) voldoet aan de algemene veiligheidsverplichting moet de organisator (mag de organisator zelf!!!) een risicoanalyse maken. Deze risicoanalyse bestaat uit: 1° het identificeren van de potentiële gevaren die tijdens het actief ontspanningsevenement aanwezig zijn; 2° het vaststellen en nader bepalen van de overeenkomstige risico’s voor de veiligheid van de deelnemers en derden; 3° het evalueren van deze risico’s om deze risico’s te beperken. Specifieke vergunningen: milieu, stedenbouwkundige of gecombineerde Tal van outdoor activiteiten zijn onderworpen aan het bekomen van een vergunning die vooraf geregeld moet zijn. Zo is kayakken, speleologie, rotsbeklimmen onderworpen aan een milieuvergunning. Paintballen is onderworpen aan een stedenbouwkundige vergunning. Als een activiteit tegelijkertijd onderworpen is aan een milieuvergunning en een stedenbouwkundige vergunning, dan moet in plaats van de 2 vergunningen een zogenaamde gecombineerde vergunning worden aangevraagd de «unieke vergunning» «permis unique» worden bekomen. Andere wetgevingen Afhangend van de plaats van de activiteit zal ook het Boswetboek of de Natura 2000 wetgeving van toepassing kunnen zijn. Natura 2000 legt tal van beperkingen op zoals het verbod om te bivakken, verbod om de vogels en de andere dieren te storen enz..

Onroerend goed in overstromingsgebied (Wallonië)

07.12.15 | Gautier Beaujean | Milieu Stedenbouw
Geen informatieplicht van de verkoper In Wallonië zijn verkopers en verhuurders van vastgoed niet verplicht hun potentiële klanten te informeren indien het vastgoed in overstromingsgevoelig gebied ligt. Een koper doet er altijd goed aan om zich uitgebreid te laten informeren indien hij in Wallonië onroerend goed aan wil kopen. De informatie of een onroerend goed voldoet aan de wettelijke voorschriften is te krijgen via de gemeente waarin het onroerend goed zich bevindt. Ook kan men via de gemeente aan de weet komen of een onroerend goed in een overstromingsgebied ligt of deze website raadplegen. Drie soorten risicozones in een overstromingsgebied Drie soorten risicozones worden afgebakend in overstromingsgebieden : de rode zones waar het risico van overstroming groot is (« hoge voorkomingsomtrek van het overstroombare gedeelte »), de oranje zones waar het risico van overstroming gemiddeld is (« de gemiddelde voorkomingsomtrek van het overstroombare gedeelte »), de gele zones waar het risico van overstroming klein is (« de geringe voorkomingsomtrek van het overstroombare gedeelte »). Juridische gevolgen - Verzekering : Als het goed gelegen is in een zone waar het risico van overstroming groot is (rode zone), dan kan de verzekeraar weigeren om dekking voor overstroming te verlenen voor gebouwen en uitbreidingen van bestaande gebouwen (artikel 129 van de Wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen). - Stedenbouwkundige vergunning : Bouwen in een overstromingsgebied is verboden of onderworpen aan strenge voorwaarden (artikel 136 van het CWATUPE). Een omzendbrief dd. 3 januari 2003 betreffende de aflevering van vergunningen in de zones die gemakkelijk overstroomd kunnen worden en de strijd tegen het ondoorlatend maken van de grond, geeft richtlijnen die de administratie moet volgen bij het verlenen of weigeren van de vergunning. - Beperking bij het uitbaten van een camping : De hoge voorkomingsomtrek van het overstroombare gedeelte van een toeristisch kampeerterrein mag geen residentiële kampeerder ontvangen. Het kan kampeerders op doortocht ontvangen en tijdens de periode van 15 maart tot en met 15 november, seizoenskampeerders. In de hoge voorkomingsomtrek van het overstroombare gedeelte van een toeristisch kampeerterrein is elke bouw, elke inrichting, elke stacaravan of elke vaste installatie die het lozen van het water zou kunnen hinderen, verboden behalve als laatstgenoemde beschikt over een stedenbouwkundige vergunning. De gemiddelde en geringe voorkomingsomtrek van het overstroombare gedeelte van een toeristisch kampeerterrein mag kampeerders op doortocht, seizoenskampeerders of residentiële kampeerders ontvangen. In de gemiddelde voorkomingsomtrekken van het overstroombare gedeelte van een toeristisch kampeerterrein moeten de volgende bijkomende maatregelen getroffen worden : - de luifel en voortent in zeil en de andere gelijksoortige inrichtingen alsmede de buitenmeubels worden voor de periode tussen 15 november en 15 maart weggenomen; - elke bouw, elke inrichting, elke stacaravan of elke vaste installatie die het lozen van het water zou kunnen hinderen en die gelegen is op minder dan 25 meter van de oever van de waterlopen is verboden behalve als laatstgenoemde beschikt over een stedenbouwkundige vergunning.
Catégories